BREKEBEEN - 21 SEPTEMBER 2008
De berucht-beroemde „Rivieren van Bloed“ toespraak werd door de Britse parlementariër Enoch Powell gehouden in Birmingham op 20 April 1968. Hij voorspelde dat de grootschalige immigratie uiteindelijk in een ramp voor het land zou eindigen.
Powell wordt door vele journalisten, commentatoren en politici als 'extreem rechts, 'proto-fascistisch' of 'racistisch' gebrandmerkt. Dezen werden door Powell collectief aangeduid als de ‘babbelende klasse’.
In een tv-uitzending met de titel „de ‘berechting’ van Enoch Powell“, 30 jaar na de toespraak en twee maanden na zijn dood, stemde 64% van het publiek in de studio tegen de stelling dat hij een racist was. In augustus 2002 eindigde Powell als nummer 55 in de lijst van "100 Grootste Britten aller tijden".
Powell wordt door vele journalisten, commentatoren en politici als 'extreem rechts, 'proto-fascistisch' of 'racistisch' gebrandmerkt. Dezen werden door Powell collectief aangeduid als de ‘babbelende klasse’.
In een tv-uitzending met de titel „de ‘berechting’ van Enoch Powell“, 30 jaar na de toespraak en twee maanden na zijn dood, stemde 64% van het publiek in de studio tegen de stelling dat hij een racist was. In augustus 2002 eindigde Powell als nummer 55 in de lijst van "100 Grootste Britten aller tijden".
NB!
Het gaat hier om een door mij volledig in het Nederlands vertaalde toespraak. Bij twijfel over de juiste interpretatie van de tekst kan men altijd nog de Engelse versie (via deze link) raadplegen.
„Rivieren van Bloed“
door Enoch Powell
Birmingham, 20 April 1968
„De belangrijkste opdracht voor een staatsman is om op te treden tegen vermijdbare kwaden. Terwijl men dit probeert stuit men op obstakels die diep geworteld zijn in de menselijke natuur.
Eén zo’n obstakel is dat zulke vermijdbare kwaden niet aan te tonen zijn totdat ze beginnen op te treden: In elk beginstadium is er dan ruimte voor twijfel en twist of deze kwaden nou reëel of slechts verbeelding zijn. Om dezelfde reden trekken deze kwaden weinig aandacht in vergelijking met de bestaande problemen, die allemaal onbetwistbaar en urgent zijn. Dit verklaart de enorme verleiding waaraan alle politici blootstaan om zich op het heden te concentreren ten koste van de toekomst.
Boven alles zijn mensen er op ingesteld juist het voorspellen van de problemen als probleemveroorzakend waar te nemen, of zelfs als door de verkondiger gewenste problemen. Met andere woorden: Men gaat er van uit dat zolang mensen er maar niet over praten, dat het probleem dan waarschijnlijk ook niet zal gaan optreden. Misschien gaat deze gewoonte terug op het primitieve geloof dat het woord en het ding, de naam en het object, identiek aan elkaar zijn.
In ieder geval is de discussie over ernstige maar vermijdbare toekomstige problemen de meest onpopulaire, maar ook de meest noodzakelijke taak van de politicus. Diegenen die deze taak uit de weg gaan verdienen de vervloekingen, en dat zullen er niet weinig zijn, door hun opvolgers in de toekomst.“
„Een paar weken geleden raakte ik in gesprek met een kiezer, een gewone man van middelbare leeftijd die werkt in de industrie.
Na een paar zinnen over het weer zei hij plotseling: „Als ik het geld had om te gaan zou ik niet in dit land blijven.“ Ik maakte een afkeurende opmerking dat deze regering er niet eeuwig zou zitten, maar die opmerking negeerde hij. „Ik heb drie kinderen, alle hebben hun school afgerond en twee van hen zijn nu getrouwd en hebben een gezin. Ik zal niet tevreden zijn totdat zij allen naar overzee verhuisd zijn. In dit land zal in 15 tot 20 jaar de zwarte man de scepter zwaaien over de witte.“
„Ik kan nu al het koor van verafschuwing horen. Waarom durf ik zoiets vreselijks te zeggen? Waarom durf ik het aan onrust te stoken en gevoelens op te wakkeren door mijn woorden te herhalen? Het antwoord is dat ik niet het recht heb dit niet te doen. Kijk, hier hebben we een fatsoenlijke normale Engelse vent die op klaarlichte dag in mijn eigen stad tegen me zegt, tegen zijn eigen parlementslid, dat voor zijn kinderen zijn land het niet waard zal zijn om in te leven.
Ik heb simpelweg niet het recht om hierover mijn schouders op te halen en aan iets anders te denken. Wat hij zegt, is wat duizenden, honderduizenden zeggen en denken, niet in heel Groot-Britannië, maar juist in die gebieden die momenteel de transformatie ondergaan die zijn gelijke niet kent in duizend jaar Engelse geschiedenis.“
„In 15 tot 20 jaar, bij de huidige trend, zullen er in dit land drie-en-een-half miljoen Commonwealth-immigranten en hun nakomelingen zijn. Dat is niet mijn schatting. Dat is de officiële schatting die door de woordvoerder van de “Registrar General’s office” aan het parlement is doorgegeven.
Er bestaat geen officiële schatting voor het jaar 2000, maar het zal om vijf tot zeven miljoen mensen gaan, ongeveer één tiende van de bevolking, vergelijkbaar met het inwoneraantal van de agglomeratie Londen. Natuurlijk zal er geen sprake zijn van een gelijkmatige spreiding van Margate tot Aberystwyth, van Penzance tot Aberdeen. Hele gebieden, steden en delen van steden, verspreid over heel Engeland, zullen getalsmatig worden gedomineerd door populaties van immigranten en hun nakomelingen.“
„In de loop van de tijd zal het aandeel van nakomelingen van immigranten in de totale bevolking snel stijgen. Al in 1985 zullen de hier in het land geboren nakomelingen de meerderheid vormen. Het is deze constatering die het extreem noodzakelijk maakt dat er nu maatregelen genomen worden. Het soort van maatregelen die voor politici de moeilijkste zijn, maatregelen die nu moeilijk door te zetten zijn omdat de kwaden die ermee verhinderd of geminimaliseerd worden meerdere regeringsperioden in de toekomst liggen.“
„De vanzelfsprekende rationele vraag die als eerste opkomt als een land geconfronteerd word met zulke vooruitzichten is: Hoe kunnen wij de omvang van het probleem reduceren als we ervan uitgaan dat het probleem niet in zijn geheel voorkomen kan worden? Kunnen we het probleem beperkt houden? We moeten daarbij in gedachten houden dat getallen essentieel zijn. De consequenties van een nieuwe groep mensen in een land hangen voor dat land sterk af van het aantal: Met andere woorden of het bijvoorbeeld om 1 procent of om 10 procent van de bevolking gaat.
De antwoorden op deze simpele rationele vraag zijn net zo simpel en rationeel: Door compleet of bijna geheel te stoppen met verdere immigratie, en een maximum aan remigratie te bevorderen. Beide antwoorden maken deel uit van de officiële standpunten van de conservatieve partij.“
„Het is bijna niet te geloven dat er momenteel 20 tot 30 jeugdige immigranten per week van overzee in Wolverhampton aankomen. Dat betekent dan 15 tot 20 extra gezinnen over zo’n twintig jaar.
„Goden die mensen willen vernietigen, zullen deze mensen eerst gek maken.“ Wij moeten wel gek zijn, letterlijk gek zijn, dat wij als land jaarlijks 50000 afhankelijke mensen binnenlaten. Mensen die voor het overgrote deel zullen bijdragen aan de groei van de allochtone populatie. Het is net alsof we een land zien dat druk bezig is zijn eigen begravenis te organiseren. We zijn zelfs zo gek dat we ongetrouwde mensen laten immigreren om hier te trouwen met mensen die ze van te voren nog nooit in hun leven hebben gezien.“
„Laten we niet aannemen dat de stroom van afhankelijken automatisch zal afnemen. In tegendeel, er is voldoende potentieel voor een immigratiestroom vanaf 25000 mensen per jaar tot in het oneindige. En dan heb ik het nog niets eens gehad over de illegale instroom. Onder deze omstandigheden is het tot verwaarloosbare proporties terugbrengen van de instroom het enige wat zal helpen. De daartoe benodigde wettelijke en administratieve maatregelen zouden onmiddelijk moeten worden genomen.“
„Ik wil hier de woorden „voor kolonisatie“ benadrukken. Deze woorden hebben namelijk niets te maken met de binnenkomst van Commonwealth-burgers om hier te studeren of om beroepservaring op te doen. Neem bijvoorbeeld de dokters die hier ervaring komen opdoen in ziekenhuizen, waarvan hun geboortelanden vervolgens profiteren. Dit zijn geen immigranten en zij zullen het ook nooit zijn.“
„Laat ik het over remigratie hebben. Als alle immigratie morgen zou stoppen zou de groei van de allochtonen substantieel worden gereduceerd. Maar de uiteindelijke grootte die deze groep mensen zou bereiken, betekent nog steeds dat het gevaar voor het land onveranderd groot zal blijven. Dit kan alleen nog maar worden aangepakt, omdat een aanzienlijk deel van het totaal, personen zijn die in de afgelopen tien jaar zijn binnengekomen.
Vandaar dat het aanmoedigen van remigratie, het tweede element van de politiek van de Conservatieve Partij, nu zeer urgent is. Niemand kan inschatten hoe groot het aantal mensen zal zijn dat met behulp van overvloedige ondersteuning zou kiezen voor terugkeer naar hun geboorteland, of naar landen waar hun inzet en vaardigheden hard nodig zijn.
Niemand weet hoe dit zal uitpakken, omdat men zoiets nog nooit heeft uitgeprobeerd. Ik kan alleen maar zeggen dat, zelfs nu, immigranten uit mijn eigen kiesdistrict van tijd tot tijd naar mij toe komen en me vragen of ik ze kan helpen om terug te keren. Als een remigratiepolitiek wordt opgepakt en doorgezet met de vastbeslotenheid die deze ernstige situatie van ons verlangt zou de daaruit resulterende uitstroom de vooruitzichten in positive zin kunnen veranderen.“
„Het derde element van de politiek van de conservatieve partij is dat allen die in dit land verblijven voor de wet gelijk moeten zijn, en dat er geen sprake mag zijn van discriminatie of een gemaakt onderscheid door de autoriteiten. Om met Mr. Heath te spreken: Wij hebben geen „eersteklas“ en geen „tweedeklas“ burgers. Dit betekent dus dat de immigranten en hun nakomelingen niet in een speciale of gepriviligeerde klasse geheven moeten worden. Dit betekent ook dat de burger niet zijn recht moet worden ontnomen om in het kader van zijn privé-aangelegenheden onderscheid te maken tussen de ene medeburger en de andere.“
„Er wordt een zeer vulgaire misvatting van de realiteit gevierd door diegenen die op luidruchtige wijze wetgeving eisen tegen dat wat zij als „discriminatie“ betitelen, onafhankelijk of zij nu gezaghebbende schrijvers zijn van die kranten die in de jaren dertig jarenlang probeerden het land te verblinden voor het toen opkomende gevaar, of aartsbisschoppen die het goed gaat in hun paleizen met hun pijama’s veilig opgetrokken tot over hun oren en ogen. Zij zitten precies 180 graden fout. De discriminatie en de buitensluiting, het gevoel van onrust en van bitterheid, komt niet voort uit de populatie van immigranten, maar vanuit diegenen in wier midden zij zijn beland. Dit is precies waarom het in kracht zetten van wetgeving tegen zulke discriminatie het effect kan hebben van een brandende lucifer op buskruit. Het aardigste wat men kan zeggen over mensen die dit voorstellen en ondersteunen is dat ze niet weten wat ze doen.“
„Niets is meer misleidend dan de vergelijking tussen de immigrant uit de Commenwealth en de Amerikaanse zwarte. De zwarte bevolking van de Verenigde Staten, die al bestond voordat het land één staat werd, begon daar letterlijk als slaven en deze mensen kregen later slechts geleidelijk de rechten van burgers, een proces dat nog steeds niet volledig is voltooid. De immigrant uit de Commonwealth-landen kwam naar Groot-Brittanië als een volwaardig burger, naar een land dat geen discriminatie kende tussen burgers, en deze immigrant kreeg onmiddelijk alle rechten, van het stemrecht tot de gratis behandeling in de gezondheidszorg.
De tegenslagen die de immigranten tegenkwamen werden niet door wetten, door de regels of door de autoriteiten veroorzaakt, maar door persoonlijke omstandigheden en incidenten die er altijd al voor hebben gezorgd dat het geluk en de juiste ervaringen aan de één, maar niet aan de ander voorbij gaan.“
Maar terwijl de immigranten de privileges en mogelijkheden in dit land graag oppikten was de uitwerking van deze immigranten op de bestaande bevolking heel anders. Om redenen die de bevolking niet begreep, op grond van beslissingen waarover zij nooit waren geraadpleegd, werden zij tot vreemdelingen in eigen land gemaakt. Zij maakten mee dat hun vrouwen geen plaats meer konden krijgen in geboorteklinieken, hun kinderen geen plaats meer konden krijgen in scholen, dat hun buurten zo veranderden dat zij deze op een gegeven moment niet meer herkenden, en hun plannen en vooruitzichten teniet gedaan zagen. Op hun werk merkten zij dat hun werkgevers aarzelden om dezelfde standaards betreffende discipline en competenties te verlangen van de immigranten-werknemers.
En naarmate de tijd verstreek kwamen er meer en meer stemmen die zeiden dat zij niet langer de gewilden waren. En nu leren ze dat er een éénrichtingsprivilege ingesteld wordt door het parlement, een (anti-discriminatie)wet die de ontevreden vreemdeling, die de provocateurs onder hen de macht geeft burgers in het openbaar aan de schandpaal te nagelen op grond van privé-aangelegenheden.“
„In de vele honderden brieven die ik ontving sinds de laatste keer dat ik over dit thema sprak, twee of drie maanden geleden, dook een fenomeen op dat grotendeels nieuw, en wat mij betreft onheilspellend is: Elk parlemenstlid is eraan gewend om anonieme post te ontvangen. Maar wat mij verbaasde en alarmeerde was het hoge percentage aan blijkbaar normale, verstandige mensen die mij rationele en vaak intelligente brieven schreven, maar het blijkbaar toch nodig vonden hun adresgegevens weg te laten. Dit omdat het in hun ogen gevaarlijk is zich te associëren met een parlementslid met wiens geuitte meningen zij het eens zijn. Deze mensen handelden zo, uit angst voor straffen of vermaningen als de inhoud van hun brief zou uitlekken. Het gevoel een vervolgde minderheid te zijn groeit onder de Britse bevolking in die gebieden van het land die betroffen zijn. Diegenen die niet de nodige ervaringen hebben ondergaan kunnen zich dit maar moeilijk voorstellen.“
„Ik laat nu één van die honderden mensen aan het woord: Acht jaar geleden werd er in een respectabele straat in Wolverhampton een huis verkocht aan een zwarte man. Nu leeft daar slechts één oude witte gepensioneerde vrouw. Dit is haar verhaal. Zij verloor haar man en beide zonen in de Tweede Wereldoorlog. Ze besloot daarop haar huis met zeven kamers te verhuren. Ze werkte hard, betaalde de hypotheek af en begon te sparen voor de oude dag. Toen begonnen de immigranten naar Wolverhampton te komen. Met groeiende angst zag zij dat het ene na het andere huis overgenomen werd. De rustige straat veranderde voor haar in een luidruchtige verwarrende omgeving. Met spijt zag ze haar witte huurders vertrekken.
De dag nadat de laatste oorspronkelijke huurder vertrokken was werd ze om zeven uur s’morgens gewekt door immigranten die van haar telefoon gebruik wilden maken om hun werkgever te bellen. Ze weigerde, zoals ze elke vreemdeling zou weigeren op dat uur van de dag. Ze werd uitgescholden en vreesde dat ze zou zijn aangevallen als er geen ketting op haar deur had gezeten. Immigrantenfamilies hebben geprobeerd om kamers te huren in haar huis maar ze heeft dit steeds geweigerd. En dus raakte ze door haar gespaarde geld heen en bleef er bijna niets over om van te leven. Toen ze iemand vertelde dat ze haar kamers niet verhuurde omdat alleen zwarte mensen geïnteresseerd waren kreeg ze te horen dat „rassenvooroordelen je in dit land niet verder helpen.“
Haar telefoon werd haar enige contact met de buitenwereld. Haar familie betaalde de rekening en hielp haar verder zoveel mogelijk. Immigranten boden aan haar huis te kopen, tegen een prijs die de nieuwe bewoner via de opgestreken huur binnen enkele maanden weer terugverdiend zou hebben. Ze wordt bang om naar buiten te gaan. Ze vind excrementen in haar brievenbus. Als ze naar de winkels gaat wordt ze gevolgd door grijnzende kinderen. Deze spreken geen Engels maar één woord kennen ze: „Racist“ zingen ze. Als de nieuwe „Rassenrelatiewet“ er in het parlement door komt is deze vrouw ervan overtuigd dat ze de gevangenis in moet. Ziet ze dat verkeerd? Ik begin me dat af te vragen.“
„Het andere gevaarlijke waanidee, waaraan diegenen lijden die opzettelijk of om andere redenen blind zijn voor de realiteit, is verpakt in het woord „integratie“. Geïntegreerd te zijn in een populatie betekent ononderscheidbaar te zijn van de anderen om allerlei praktische redenen. Nu zijn er natuurlijk altijd uiterlijke verschillen, zoals huidskleur, die integratie kunnen bemoeilijken. Maar deze verschillen maken integratie niet onmogelijk. Er zijn onder de immigranten vele duizenden wiens wens en doel het is om te integreren, en al hun aandacht en inspanningen zijn daarop gericht. Maar om nu te denken dat deze wens zou gaan leven in een grote en groeiende meerderheid van immigranten en hun nakomelingen is een belachelijke en gevaarlijke misvatting.“
„We staan hier op de rand van een verandering. Formeel gezien is het te danken aan bepaalde omstandigheden dat het idee van integratie niet is doorgedrongen tot de meerderheid van de immigranten: zij kwamen nooit op dit idee of waren er niet ontvankelijk voor, en hun grote aantallen en de lokale hoge concentraties zorgden ervoor dat er helemaal geen druk kon ontstaan om te integreren. Een druk die wel aanwezig is zolang er sprake is van een kleine minderheid.“
„Nu zien we dat er krachten groeien die ageren tegen integratie. We zien gevestigde belangen die de raciale en religieuze verschillen verdedigen en verscherpen. We zien krachten die uitzicht hebben op de uitoefening van echte dominantie over mede-immigranten en uiteindelijk over de gehele bevolking. De wolk, niet groter dan de hand van een man die zo snel de hemel overdekken kan, is recentelijk gezien in Wolverhampton en vertoont trekken die duiden op een snelle verbreiding.“
„De woorden die ik nu op het punt sta te gaan gebruiken, exact dezelfde woorden die in de lokale pers van 17 februari verschenen, komen niet van mij, maar van een Labour-parlementslid, die minister is in de huidige regering:
De campagne gevoerd door de Sikhs voor het behoud van bepaalde in Groot-Brittanië ongewenste gebruiken is betreurenswaardig. Werkende in dit land, vooral in overheidsdiensten, zouden zij bereid moeten zijn om de werkregels te respecteren. Het claimen van speciale rechten (of moet ik hier zeggen: rituelen?) in de gemeenschap leidt tot een gevaarlijke fragmentatie in de samenleving. Een dergelijke gemeenschapvorm is als een open wond; door welke groep zij ook gepraktiseerd wordt, zij dient sterk veroordeeld te worden.
Ik prijs John Stonehouse voor zijn vermogen dit in te zien, en zijn moed om het te zeggen.“
„De nu voorgestelde Wet voor Rassenrelaties zal de gevaarlijke en polariserende elementen alleen maar voeden en dus laten floreren. Hier zien we legale middelen die immigrantengemeenschappen kunnen gebruiken om zich te organiseren, om campagnes te voeren en om te ageren tegen hun medeburgers. Legale wapens dus, geleverd door de onwetenden en de slecht-geïnformeerden, die de immigranten mogelijkheden bieden de rest te intimideren en te domineren. Vooruitkijkend word ik vervuld van een voorgevoel: zoals de Romeinen indertijd zie ik ‚de rivier Tiber schuimen met veel bloed’.“
„Het tragische en moeilijk aan te pakken fenomeen dat wij vervuld van afschuw ontwaren aan de andere kant van de Atlantische oceaan, hoewel het daar is verwoven met de geschiedenis en het bestaan van de Staten, komt nu op ons af. Vanwege onze gemaakte keuzes, door een gebrek aan aandacht. Getalsmatig zal het Amerikaanse proporties gaan bereiken lang voor het einde van de eeuw.
Alleen resolute en onmiddelijke actie kan het fenomeen nu nog afwenden. Of de publieke wil voorhanden zal zijn om actie te eisen en te verkrijgen weet ik niet. Het enige dat ik weet is dat toekijken en niets zeggen een grote vorm van verraad zou zijn.“
Leestip: "grote angst onder britten voor rassenrellen"